|
Recensie CD Proloog (De Orgelvriend) Drs. B. G. van Buitenen. |
|
|
| Recensie CD proloog, De Orgelvriend |
|
Het mag een verheugende ontwikkeling worden genoemd dat jongeren afkomstig uit kerkelijke kringen waar het gesproken woord doorgaans in kapitalen wordt geschreven, zich op hoog niveau actief bezig houden met de rijke hoeveelheid kerkmuzikaal repertoire van Nederlandse bodem. Zo ook op deze nieuwe cd-uitgave, verzorgd door het vocaal ensemble Canticum Amicorum onder leiding van Patrick van der Linden in samenwerking met organist Gerben Mourik, met als doel "in de gereformeerde gezindte ook andere muziek te laten horen dan veelal gebruikelijk". Maar ook buiten kringen waar 's zondags enkel "onze Psalmen" worden gezongen verdient deze cd-productie aandacht vanwege de originele programmering van repertoire vanuit zowel de Romano als de Reformatie, om de artistieke presentatie, de heldere toelichtingen en niet in de laatste plaats om de innemende wijze van musiceren.
Het vocaal ensemble Canticum Amicorum blijkt op zijn best te klinken in het meer intieme, homofoon gedachte kamerkoorrepertoire. Zeker in bijvoorbeeld George Stams koorzetting Men brandt en blaakt, temidden van een viertal orgelimprovisaties over vaderlandse liederen, en in Johannes Verhulsts toonzetting van Jan Pieter Heyes De nevel dekt ons wordt zeer overtuigend gemusiceerd. Een aangename verassing is Dick Sandermans Engelstalige anthem Hear my crying op tekst van Psalm 61, welke compleet met doxologie zo uit de anglicaanse liturgie van overzee afkomstig zou kunnen zijn. Een toch aanzienlijk aanstekelijker idioom dan de wat abrupt eindigende orgelouverture in klassieke stijl over de Geneefse melodie van Psalm 35. Andriessens machtige Magnificat lijkt voor het geringe aantal tenoren wat al te hoog verheven; in ensembleverband weet Canticum Amicorum echter weer voldoende klank voort te brengen om niet door een toch behoorlijke hoeveelheid Hinsz-orgel van de troon te worden gestoten. Jan Zwart zou zeker zijn goedkeuring hebben gegeven aan de waardige uitvoering van zijn Psalm 6 in stijl van Oud-Nederlandsch koraalspel; zonder verminderd stijlbesef of overmatig tremulantgebruik derhalve. Eerder zou hij zich verbaasd hebben over het feit dat bijna tachtig jaar na zijn open brief aan de Vereeniging voor Nederlandsche Muziekgeschiedenis Sweelincks psalmen nog steeds door gemengd koor worden uitgevoerd. Echter niet zonder de vrucht van inmiddels alweer enkele decennia "historische uitvoerings-praktijk"; in een gezond tempo, mooi afgestemd op de akoestiek van de Kamper Bovenkerk.
Verrassend is ook organist Gerben Mouriks keuze van koraalbewerkingen, zoals Adriaan C. Schuurmans bewerking over Psalm 73:12, Johann Th. Lemckerts aan Langlais herinnerende Prelude over `Non komm der Heiden Heiland' en Jaap Dragts verstilde Prelude over Psalm 42. Even creatief als zijn repertoirekeuze is wel Mouriks uiterst kleurrijke wijze van registreren; in combinatie met de voorbeeldig ruimtelijke opname wat mij betreft het beste wat er momenteel van het Kamper Hinsz-orgel op de cd-markt in omloop is. Tot slot bewijst Mourik in een ruim twaalf minuten lange Prière aan de hand van Psalm 121 dat improviseren aanzienlijk meer kan inhouden dan het reproduceren van al dan niet klassieke dan wel eigentijdse schaalmodellen: enerzijds in een voor insiders inmiddels herkenbaar eigen idioom, anderzijds volkomen aangepast aan de mogelijkheden van het Hinsz-orgel met onder meer een fraaie dialoog tussen rugwerk-Fagot en borstwerk-Dulciaan. Als het vocaal ensemble in antwoord op het verstilde einde van deze improvisatie de cd besluit met Arie J. Keijzers in al haar eenvoud ontroerende toonzetting van Martin Luthers Avondgebed, schiet elk gesproken woord verder tekort. Hopelijk vormt een cd als deze voor ensembles als Canticum Amicorum dan ook de proloog tot een situatie waarin het uitgevoerde repertoire werkelijk als kerkmuziek een wezenlijk onderdeel van de reformatorische eredienst mag vormen.
De Orgelvriend, maart 2005 door Drs. B. G. van Buitenen
|